Payroll tarieven vergelijken
Wat zijn de tarieven voor payrolling en hoe vergelijk je ze? Ontdek de opbouw van het payrolltarief en de omrekenfactor.
Wil je payroll tarieven vergelijken, dan loop je al snel aan tegen een probleem: het ene bureau noemt een omrekenfactor, het andere een all-in uurtarief en een derde stuurt een offerte met een marge die nergens duidelijk staat. Op papier lijken de bedragen soms mijlenver uit elkaar te liggen, terwijl je feitelijk exact hetzelfde inkoopt. Wie payroll tarieven eerlijk wil beoordelen, moet dus eerst begrijpen hoe zo’n tarief is opgebouwd. Op deze pagina leggen we die opbouw stap voor stap uit, laten we het verschil zien tussen all-in en bruto-plus en geven we je een concreet rekenvoorbeeld waarmee je verschillende aanbiedingen naast elkaar kunt leggen.
Wat is een payroll tarief precies?
Bij payrolling neem je zelf je medewerker aan, maar het juridisch werkgeverschap ligt bij het payrollbedrijf. Dat bureau verzorgt het arbeidscontract, de loonadministratie, de afdracht van belastingen en premies, doorbetaling bij ziekte en vaak ook een deel van het risico. Voor die dienst betaal je een tarief. Dat tarief is geen los bedrag dat het payrollbedrijf zelf verzint, maar een optelsom van het brutoloon van je medewerker, alle wettelijke werkgeverslasten, reserveringen en de marge van het bureau.
Het is belangrijk om te beseffen dat het grootste deel van wat je betaalt gewoon de echte loonkosten van je medewerker zijn. Die kosten heb je als directe werkgever ook. De meerkosten van payroll zitten in de marge en in het overnemen van administratie en risico. Wanneer je payroll tarieven vergelijkt, gaat het dus vooral om die marge en om wat er precies wel en niet in het tarief is inbegrepen.
De payrollfactor of omrekenfactor uitgelegd
De meest gebruikte manier om een payroll tarief uit te drukken is de omrekenfactor, ook wel payrollfactor genoemd. Dat is een getal waarmee je het bruto uurloon van je medewerker vermenigvuldigt om tot het factuurtarief per uur te komen. Werkt je medewerker voor 16 euro bruto per uur en hanteert het bureau een factor van 1,45, dan betaal je 16 x 1,45 = 23,20 euro per gewerkt uur (exclusief btw).
In de praktijk liggen omrekenfactoren voor regulier payrollwerk vaak ergens tussen de 1,3 en 1,7. Waar een aanbieding precies uitkomt, hangt af van de sector, de cao, het risicoprofiel en welke onderdelen in het tarief zitten. Een lage factor klinkt aantrekkelijk, maar zegt op zichzelf weinig. Als een deel van de kosten buiten de factor valt en later apart wordt gefactureerd, betaal je uiteindelijk misschien meer dan bij een concurrent met een hogere, maar complete factor. Daarom is de kernvraag bij elke offerte: wat zit er wél in en wat níet?
Waarom factoren zo uiteenlopen
Een payrollfactor is geen vast marktgetal. De hoogte wordt onder andere bepaald door de toepasselijke cao (met eigen loondoorbetalings- en pensioenafspraken), de sectorindeling voor premies, de mate waarin het bureau ziekterisico overneemt en of vakantiegeld, vakantiedagen en pensioen binnen of buiten de factor vallen. Twee bureaus met dezelfde factor kunnen daardoor toch een heel ander compleet plaatje geven.
Hoe is het tarief opgebouwd?
Om echt te snappen waar je voor betaalt, is het handig het tarief in lagen te bekijken. Van onder naar boven zit er ongeveer dit in:
- Brutoloon: het uurloon dat je met je medewerker afspreekt, passend binnen de geldende cao en minimaal het wettelijk minimumloon.
- Werkgeverslasten: de wettelijke premies die elke werkgever afdraagt, zoals premies werknemersverzekeringen (WW, WIA), de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet en sectorpremies.
- Reservering vakantiegeld: het wettelijke vakantiegeld van 8% van het brutoloon dat wordt opgebouwd en later uitbetaald.
- Reservering vakantiedagen: de opbouw van vakantie-uren die je medewerker opneemt of uitbetaald krijgt.
- Pensioen: afhankelijk van de regeling de werkgeversbijdrage aan de pensioenopbouw.
- Verzuim- en risicodekking: een opslag voor doorbetaling bij ziekte en het overnemen van werkgeversrisico.
- Marge van het payrollbureau: de vergoeding voor de dienstverlening, administratie en het juridisch werkgeverschap.
De eerste posten zijn kosten die je als directe werkgever ook zou maken. Alleen de laatste laag, de marge, is het echte extra dat payrolling kost boven zelf in dienst nemen. Wil je hier dieper op ingaan, lees dan onze pagina over payroll kosten waar we de volledige kostenopbouw verder uitdiepen.
Voorbeeld van een tariefopbouw
Onderstaande tabel toont een vereenvoudigd voorbeeld op basis van een bruto uurloon van 16,00 euro. De percentages en bedragen zijn illustratief om de opbouw inzichtelijk te maken; jouw werkelijke tarief hangt af van cao, sector en aanbieder.
| Onderdeel | Grondslag | Bedrag per uur |
|---|---|---|
| Bruto uurloon | afgesproken loon | € 16,00 |
| Reservering vakantiegeld (8%) | over brutoloon | € 1,28 |
| Reservering vakantiedagen | opbouw vakantie-uren | € 1,55 |
| Werkgeverslasten (premies) | WW, WIA, Zvw, sector | € 3,20 |
| Pensioenbijdrage werkgever | afhankelijk van regeling | € 0,80 |
| Verzuim- en risicodekking | opslag ziekte/risico | € 0,55 |
| Kostprijs (subtotaal) | € 23,38 | |
| Marge payrollbureau | dienstverlening | € 1,82 |
| Factuurtarief per uur (excl. btw) | € 25,20 |
In dit voorbeeld komt de omrekenfactor uit op ongeveer 25,20 / 16,00 = 1,58. Zie je nu waarom een enkel getal misleidend kan zijn? Twee aanbieders met dezelfde factor van 1,58 kunnen intern totaal anders zijn opgebouwd: de een stopt alle reserveringen in de factor, de ander factureert vakantiegeld of pensioen apart bij uitbetaling.
All-in tarief versus bruto-plus
Payrollbureaus bieden hun tarief grofweg op twee manieren aan. Het verschil begrijpen is cruciaal om appels met appels te vergelijken.
All-in tarief
Bij een all-in tarief zijn alle reserveringen, zoals vakantiegeld en vakantiedagen, al in het uurtarief verwerkt. Je betaalt per gewerkt uur één vast bedrag en krijgt daarna geen aparte naheffing voor bijvoorbeeld de uitbetaling van vakantiegeld in mei. Dit is overzichtelijk en voorspelbaar, maar het uurtarief oogt hoger. Nadeel kan zijn dat je ook betaalt voor reserveringen op momenten dat de medewerker die (nog) niet opneemt.
Bruto-plus
Bij bruto-plus betaal je een lager basistarief per uur, maar worden reserveringen zoals vakantiegeld, vakantiedagen en soms feestdagen apart opgebouwd en pas uitbetaald wanneer de medewerker ze daadwerkelijk opneemt. Het uurtarief lijkt daardoor lager, maar je totale kosten over het jaar liggen vergelijkbaar. Het risico is dat je een bruto-plus-tarief per ongeluk vergelijkt met een all-in tarief van een concurrent en zo een verkeerde conclusie trekt.
De belangrijkste les: vraag altijd expliciet of een genoemd tarief all-in of bruto-plus is. Zonder die informatie kun je twee offertes simpelweg niet eerlijk naast elkaar leggen.
Zo vergelijk je payroll tarieven eerlijk
Gebruik onderstaande checklist wanneer je verschillende aanbiedingen beoordeelt. Zo voorkom je dat je op basis van één misleidend getal kiest.
- ✓ Vraag of het tarief all-in of bruto-plus is en reken beide door naar dezelfde basis.
- ✓ Controleer welke reserveringen (vakantiegeld, vakantiedagen, feestdagen) in de factor zitten.
- ✓ Vraag of pensioen binnen of buiten het tarief valt.
- ✓ Kijk hoe ziekte en verzuim zijn geregeld en of daar een opslag of eigen risico geldt.
- ✓ Let op eenmalige of verborgen kosten, zoals opstartkosten, contractkosten of kosten bij einde contract.
- ✓ Ga na welke cao wordt toegepast en of dat past bij jouw sector.
- ✓ Vraag naar de verwerking van meer- of overuren en toeslagen.
- ✓ Controleer of het bureau werkt met een SNA-keurmerk (NEN 4400-1), wat wijst op correcte afdracht van loonheffingen en premies.
- ✓ Reken de omrekenfactor terug naar een totaalbedrag per jaar op basis van je verwachte uren.
Een handige vuistregel: reken elke offerte om naar de verwachte totale jaarkosten per medewerker in plaats van te staren naar de factor of het uurtarief. Pas dan zie je wat je écht kwijt bent. Een factor van 1,45 die alles omvat kan voordeliger zijn dan een factor van 1,38 waarbij vakantiegeld en pensioen apart komen.
Let op het SNA-keurmerk en betrouwbaarheid
Naast de prijs telt betrouwbaarheid zwaar mee. Een payrollbureau neemt het juridisch werkgeverschap over, dus je wilt zeker weten dat loonheffingen en premies correct worden afgedragen. Het SNA-keurmerk op basis van NEN 4400-1 geeft aan dat een onderneming daaraan voldoet en beperkt je risico op aansprakelijkheid. Een goedkoop tarief van een partij zonder aantoonbare betrouwbaarheid kan je uiteindelijk duur komen te staan. Neem dit dus mee als volwaardig criterium naast het tarief.
Waarom vergelijken loont
Omdat payroll tarieven zo verschillend worden gepresenteerd, is de kans groot dat je zonder vergelijking te veel betaalt of juist een onvolledige aanbieding kiest. Door meerdere offertes op te vragen en die op dezelfde basis door te rekenen, krijg je scherp zicht op de werkelijke marge en op de kwaliteit van de dienstverlening. Verschillen in factor van enkele procenten lijken klein, maar tikken bij meerdere medewerkers en een heel jaar flink aan.
Via Bedrijfsoffertes.nl vergelijk je vrijblijvend payroll aanbieders. Wij leveren de dienst zelf niet, maar koppelen je aanvraag aan maximaal vier betrouwbare payrollbedrijven die passen bij jouw situatie. Zo ontvang je vergelijkbare offertes en houd je zelf de regie over de keuze. Wil je meteen aan de slag, vraag dan een payroll offerte aan en leg de aanbiedingen met de checklist hierboven naast elkaar.
Kort samengevat
Een payroll tarief bestaat uit het brutoloon, werkgeverslasten, reserveringen, eventueel pensioen, een risico-opslag en de marge van het bureau. De omrekenfactor (vaak tussen 1,3 en 1,7) vat dat samen, maar zegt alleen iets als je weet wat erin zit. Let op het verschil tussen all-in en bruto-plus, reken alles om naar totale jaarkosten en weeg betrouwbaarheid via het SNA-keurmerk mee. Doe je dat, dan vergelijk je payroll tarieven eerlijk en kies je bewust in plaats van op basis van het laagste getal.
Veelgestelde vragen
Wat is een normale omrekenfactor voor payroll?
Voor regulier payrollwerk ligt de omrekenfactor meestal tussen ongeveer 1,3 en 1,7. Waar een aanbieding precies uitkomt, hangt af van de cao, de sector, het risicoprofiel en welke onderdelen (zoals vakantiegeld en pensioen) in de factor zijn verwerkt. Een lage factor is alleen gunstig als het tarief ook echt alles omvat.
Wat is het verschil tussen een all-in en een bruto-plus payroll tarief?
Bij een all-in tarief zitten alle reserveringen zoals vakantiegeld en vakantiedagen al in het uurtarief, zodat je een vast bedrag per uur betaalt. Bij bruto-plus is het basistarief lager, maar worden reserveringen apart opgebouwd en pas uitbetaald wanneer de medewerker ze opneemt. Over een heel jaar zijn de totale kosten vaak vergelijkbaar.
Wat zit er allemaal in een payroll tarief?
Een payroll tarief bestaat uit het brutoloon van de medewerker, de wettelijke werkgeverslasten (premies), reservering voor vakantiegeld en vakantiedagen, eventueel pensioen, een opslag voor ziekte en risico, en de marge van het payrollbureau. Het grootste deel zijn gewone loonkosten; de meerkosten zitten vooral in de marge en het overnemen van administratie en risico.
Hoe vergelijk ik payroll tarieven eerlijk?
Vraag bij elke offerte of het tarief all-in of bruto-plus is, controleer welke reserveringen en pensioen erin zitten, let op eenmalige of verborgen kosten en reken alles om naar totale jaarkosten per medewerker in plaats van naar de factor. Weeg ook betrouwbaarheid mee via het SNA-keurmerk (NEN 4400-1).
Waar staat het SNA-keurmerk voor bij payroll?
Het SNA-keurmerk, gebaseerd op de norm NEN 4400-1, geeft aan dat een onderneming loonheffingen en premies correct afdraagt en de administratie op orde heeft. Voor payroll beperkt dit je risico op aansprakelijkheid, omdat het bureau het juridisch werkgeverschap overneemt. Het is een belangrijk criterium naast de prijs.